De Koningin en de Kunstkoning // bezocht: Het Geheim van Dresden

Op twaalf december 2014 kon ik de museumbrug niet over. Koningin Máxima kwam net het Groninger Museum uit, en stapte in een auto die daar klaar klaar stond. Ze had juist ‘Het Geheim van Dresden’ geopend, een tentoonstelling opgebouwd uit wat ooit de collectie was van de koningen van Saksen en Polen. Een maand later stond ik weer op de brug, mijn fiets aan de hand. Ik ging zelf een kijkje nemen.

Zoals ik Máxima bewonderde, zo had Augustus de Sterke, koning van Polen, ook zo zijn bewonderobjecten. Parijs, Wenen en Sint-Petersburg hadden grote kunstcollecties die aanzien gaven. Door zelf zo veel mogelijk kunst te verzamelen wilde hij dat evenaren. Zo onstond een enorme verzameling kunst, gemaakt door kunstenaars uit heel Europa.

7 Giovanni Antonio Canal, gen. Canaletto

Giovanni Antonio Canal, of Canaletto

Nu hangt die verzameling in het Groninger Museum. Zalen vol schilderijen in gouden lijsten. Portretten, landschappen, stadsgezichten, natuurstukken, ongeveer alle genres kom je tegen, keurig op thema gesorteerd. Hoewel de expositie uit een verzameling komt, is het niet zo’n bonte mix als Natural Beauty, twee tentoonstellingen terug. De collectie is uiteenlopend, maar blijft binnen de perken.

De noemer van de tentoonstelling is Dresden, maar eigenlijk gaat de tentoonstelling over het verzamelen van kunst. Hoe bepaald werd wat mode was, en hoe kunstenaars te werk gingen. Hun benadering was soms haast te vergelijken met hoe wij naar liedjes kijken. Verander wat details en je hebt een cover, die ook mooi kan zijn. Geen probleem dat je het niet zelf bedacht hebt.

Over de vormgeving van het geheel kan ik kort zijn: nee. Gewoon nee. Je kunt als museum niet jezelf serieus nemen en tegelijk stickers van classicistische poorten om je deuren heen plakken. Alles, van de informatiebordjes tot aan de bankjes toe zijn bewerkt met een kitschmotiefje. Het enige lichtpuntje is dat men dit keer van de felgekleurde muren is afgeweken, die zijn zachtblauw en –grijs geverfd.

WP_20150115_12_15_34_Pro
Dat de koning van Polen graag een schilderij van de Kindermoord van Bethlehem boven ze bed had hangen (echt! volgens het kaartje) kan ik moeilijk begrijpen. Waar ik wel voor zou tekenen zijn twee enorme schilderijen van het Canal Grande in Venetië. Canaletto geeft mij weer het blij-triomfantelijke gevoel van in Venetië zijn. Dat zijn dingen die eeuwen blijven spreken, en de dingen waarvoor ik naar een een tentoonstelling kom. Dat geldt ook voor de portretten, een persoonlijk favoriet genre van mij. Mensen blijven altijd hetzelfde, en het vergelijken met jezelf en anderen blijft altijd interessant.

Heel veel meer kan ik niet over de schilderijen zeggen. Ja, soms zijn ze mooi, soms niet, maar uitgebreide commentaren schrijven is net zo zinloos als de Eiffeltoren recenseren. Ze zijn gewoon, en je beslist wat je bevalt en waar je geen aandacht aan besteedt. Persoonlijk geniet ik het meest van details. De koningin van Polen met een portretje van haar man als sieraad om haar arm. Of een Nederlander die een Italiaans kanaal schildert waarin een boot met een Nederlandse vlag te zien is.

WP_20150115_12_23_44_Pro

Detail uit een portret Maria Josepha, echtgenote van koning August III van Polen. Pietro Antonio Graf Rotari, na 1755

Het was bijzonder om Máxima weer te zien. Ze is jarenlang een fascinatie van mij geweest. Ik spaarde plaatjes van haar, droomde weg bij haar. Nu vraag ik me vooral af hoe dat kon. Fan zijn is toch wel een gek mechanisme. Inmiddels droom ik van andere dingen. Toch zijn veel van mijn huidige fascinaties verwant aan dat wegdromen, dat paleisgevoel. Mooie dingen zien. Het is zeker een aanrader als je daarvoor naar het Groninger Museum gaat. Of als je een heel compleet kijkje in een afgebakende periode van de kunstgeschiedenis wilt.

Het Geheim van Dresden. Van Rembrandt tot Canaletto, Groninger Museum. Nog te zien tot en met 25 mei 2015.
Bron eerste foto: Groninger Museum

Advertenties

Rood: De Sovjet-mythe

Afbeelding

Vandaag bezocht ik de tentoonstelling ‘de Sovjet-mythe’ in het Drents Museum in Assen. Op school is er een projectweek gaande, die gaat over beeldcategorieën. Samen met een aantal klasgenoten houd ik me bezig met retorische beelden. Daar past deze expositie volmaakt bij. Het is een verzameling van schilderijen uit, nee echt, de Sovjet-Unie, die een propagandafunctie hadden. Het werk dat er te zien is, is goed geschilderd, vol van ziel en bovenal… rood.

Het Museum

Ik was, tot mijn schande, nog nooit in het Drents Museum geweest, en dat terwijl Assen maar een kwartiertje met de trein is vanaf Groningen. Wat had ik tot nu toe gemist in mijn leven? In de eerste plaats het standbeeld van Bartje (nooit geweten dat het arme joch zo’n groot hoofd had), een stel sympathieke straatjes en een werkelijk prachtig gebouw dat het Drents Museum huisvest.

Het Drents Museum in de vorm die het nu heeft, na herinrichting en gedeeltelijke nieuwbouw, bestaat pas sinds 2011. Het is fantastisch om er te zijn. Alles is in harmonie, en hoewel modern zeker niet koud. Ik voelde me bezwaard toen ik met mijn modderlaarzen over de witte traptreden wandelde.

Afbeelding

Andre Andreevitsj Mylnikov, Op de Vredige Velden, 1950

Bij binnenkomst valt meteen een grote rode muur op. Die kleur is misschien niet eens een inhoudelijke: bovenal uiterlijk past die goed bij de getoonde schilderijen, waar veel rode gedeeltes in voorkomen. Het lijkt wel alsof rood gewoon echt de lievelingskleur van de Sovjets was.

Roze wolk

De tentoonstelling is ingedeeld op thema. Bovenstaand schilderij hoorde bij het thema sport, andere thema’s waren landbouw, oorlog en politiek. Alle kunst stond in dienst van het communistisch ideaal, en de afgebeelde werelden waren ideaalbeelden en geen documentaire. Het grote doel: retoriek. Het gekke is dat het soms wel werkt bij een westerse mens als ik, en soms niet. Op de foto links zie je schilderijen waarop Stalin vereerd wordt door mensenmenigtes. Het lijkt het haast lachwekkend, als je niet bedenkt dat dit dagelijkse realiteit was en is. Door een type schilderij als rechts word ik veel sneller ingepalmd: ik zie vrolijke mensen die samen eten, genieten van overvloed. Ze lachen, maken muziek en alles wat ik wil is er deel van uit maken.

AfbeeldingAfbeelding

Afbeelding

Aleksandr Nikolaevitsj Samochvalov, Kirov ontvangt de Sportparade, 1935

Dit vind ik de leukste foto die ik vandaag gemaakt heb, omdat mijn klasgenoot zo mooi één wordt met het schilderij. Het rood is hier een zalmroze geworden. Het is een bijzonder typisch schilderij, naast de kleuren zijn de figuren erop ook barbie-achtig. Het stelt een sportparade voor, met welgevormde jonge mannen en vrouwen. De vrouwen misschien met iets te stevige bovenbenen naar onze smaak, maar dat moet ons overtuigen van het bestaan van sterke en gezonde vrouwen, die hard kunnen werken.

Vaandel

Het mooiste schilderij van de tentoonstelling vond ik De Vaandeldrager uit 1960 van Gelij Michajlovitsj Korzjev. Bij het zien ervan moest ik onmiddellijk aan Les Misérables denken; aan het Parijse volk dat in opstand kwam, de rode vlag zwaaide, maar net zo snel weer kapot werd gemaakt (Ik zag vorige week de musicalverfilming, waar ik ook een blogpost over wilde schrijven. Na een snikpartij op het eind kwam ik tot de conclusie dat ik geen goede filmrecensent ben). Ik begon me af te vragen waarom rood nu precies de kleur van het communisme is, maar daar is geen bijzondere reden voor. Het is al heel lang de kleur van revolutie en radicaliteit. Rood werd al gebruikt tijdens de Franse Revolutie (dus nog voor de Parijse opstand van 1832) door de opstandelingen.

Afbeelding

Daar hadden ze me. Ik raak ontroerd door deze vaandeldrager, vergeet de talloze slachtoffers van Lenin en Stalin, en noem mezelf bijna communist. Dat is nog eens een retorisch beeld. De schilder hiervan vond overigens dat de vlag elke kleur had kunnen zijn, en dat hij een heldendaad uitbeeldt, los van zijn eigen politieke kleur (maar ja, hij is wel zijn leven lang communist gebleven).

Het is vreemd, wat deze tentoonstelling met je doet. Ergens kun je prima afstand houden van de onmogelijke idealen die worden voorgespiegeld, aan de andere kant zijn het geen machines geweest die deze kunst maakten. Mensen, met wie ik me verbonden voel, al was het alleen maar omdat ze schilderen, spreken tegen me, soms met overtuiging. Ik moet mezelf blijven voorhouden dat de tijd waarin dit alles is gemaakt een verschrikkelijke was, want dat doen de schilderijen zeker niet, maar ook het museum doet dat niet voor mij. Ik heb een hoop rood gezien vandaag, met als persoonlijke conclusie: schaamrood.

De Sovjet Mythe: socialistisch realisme 1932 – 1960, Drents Museum: te zien tot 9 juni 2013

http://www.drentsmuseum.nl