Les: geven

“Kijk,” zeg ik.  “Dit is uit de Babylonische tijd.” Achter mij op het scherm verschijnt een fragment van de Isjtarpoort van Babylon. “Wie van jullie kan zien wat dit is?” “Een leeuw,” wordt geopperd. “Het is een draak,” onthul ik. “Cool hè? De Babylonische tijd,” ga ik verder, “was de tijd van Daniël, die van de leeuwenkuil.” Want ik sta voor een christelijke basisschoolklas.

1024px-Sirrush

“In de Renaissance ging men perspectief gebruiken,” vertel ik. “Zowel lijnperspectief als atmosferisch perspectief.” Ik heb mijn boek van Honour en Fleming, mijn twee trouwe toeverlaten tijdens mijn academietijd, bij me, om voorbeelden te kunnen geven. De ‘klas’ schrijft mee. Dit keer zijn het volwassenen van allerlei leeftijden, die in groepsverband aan hun aquarelvaardigheden werken.

Ik geef geregeld les, en het is fantastisch. Ik heb er lang van gedroomd. Ver voor ik kunstenaar wilde worden, speelde ik schooltje met mijn zusje en bedacht ik uitgebreide lessen. Nu is het geen spelen meer. En het is ook nog eens les in hetgeen waar ik het liefst mee bezig ben: kunst. Nog veel beter dan iemand sommen leren maken.

De eerste lessen die ik gaf waren schilderworkshops. Het begon als iets eenmaligs, maar mijn groep zette een soort mond-tot-mondreclame in gang.  Toen begonnen anderen mij ook te vragen, en zo ging het verder. Eerst wist ik nog niet zo goed hoe ik een lijn moest aanbrengen, maar ik leerde steeds beter wat werkte en wat niet. Ik leerde hoe je volwassenen en kinderen prima naast elkaar kunt laten werken, of bijvoorbeeld wat een prettige verhouding tussen theorie en praktijk is. Dat je met kinderen prima kunstgeschiedenis kan behandelen, als je het maar op de juist manier doet.

Ik vind het fantastisch om met schoonheid en noodzaak bezig te zijn, en dat over te brengen op andere mensen, ze aansteken, ze bewust maken. Mensen helpen beter te worden in wat ze leuk vinden. Kennis delen. Zoetsappige oneliners gebruik ik eigenlijk enkel ironisch, maar voor deze keer sluiten ik af met een die ik van harte meen: lesgeven, dat is geven én ontvangen.

Exhibitionistisch #6

De afgelopen maanden waren wat chaotisch, en ook in mijn fotoverzameling zit geen lijn. Ik deel dus bij dezen gewoon wat werkzaamheden, en wat er op lijkt.

Mijn zusje was mijn model en ging lekker zelf tekenen.

Mijn zusje was mijn model en ging lekker zelf tekenen.

Ik tekende glazen.

Ik tekende glazen.

En walnoten.

En walnoten.

Ik bezocht Museum de Fundatie met een vriendin.

Ik bezocht Museum de Fundatie met een vriendin.

Ik deed een testje met een graduate wash.

Ik deed een testje met een graduate wash.

Dit liet ik zien op de tentoonstelling van Wep.

Dit liet ik zien op de tentoonstelling van Wep.

Hier zie me mijn werk links naast de plattegrond. Ik dacht eerst ook dat het kunst was.

Hier zie me mijn werk links naast de plattegrond. Ik dacht eerst ook dat het kunst was.

En ik bezocht het Groninger Museum. Over de Dresden-tentoonstelling schreef ik een stukje, over die van Maartje en Nacho nog niet.

En ik bezocht het Groninger Museum. Over de Dresden-tentoonstelling schreef ik een stukje, over die van Maartje en Nacho nog niet.

Relatietherapie // over kunst en schrijven

“Als je kunst maakt, moet je er ook over kunnen schrijven,” werd me verteld bij mijn toelatingsexamen van de kunstacademie. Inwendig knikte ik hard; ik hield van schrijven. Geen probleem voor mij. Het maken-schrijven-duo kwam me volkomen logisch voor. De docent die het zei had gelijk. Mijn hele academietijd concentreerde zich rond deze combinatie, maar niet zoals ik het me had voorgesteld.

tekenenenschrijven

Misschien hield ik toen wel meer van schrijven dan ik nu doe. Ik had er nog geen moeilijkheden in ondervonden. In de loop der jaren werd steeds duidelijker hoe slecht ik met druk omga. Ik ben geen deadlineflirter, ik verleid deadlines als een ware Delila, om vervolgens genadeloos hun hart te breken. De schrijfopdrachten van school waren moeilijk, en mijn scriptie was het allermoeilijkst, terwijl ik die mocht schrijven hoe ik wilde, waarover ik wilde.

Het gebeurt wel eens. Ik schrijf wel eens iets dat op een recensie lijkt. Maar veel vaker zit ik in de bioscoop of bezoek ik een tentoonstelling terwijl de meningen rijkelijk in me omhoog borrelen, die ik vervolgens probeer te onthouden voor het artikel dat ik toch niet ga schrijven.

Waarom is dat? Waarom kan ik niet de dingen combineren waar ik van houd? Het is alsof ik twee vrienden van mij, die me allebei zo lief zijn en die ik zo verschrikkelijk geschikt voor elkaar vind, aan elkaar gekoppeld heb. Ik hoopte dat ze zich samen wel zouden redden, maar dat gebeurde niet. De vage eisen die docenten soms stellen, waardoor je niet weet of je in de goede richting schrijft? Schrijf ik gewoon niet liever verhaaltjes en poëzie dan non-fictie?

De reden kan natuurlijk ook buiten mijzelf liggen. In de richting van ‘kunst is beeldend en taal is talend’, en dat ze op een ander vlak liggen. Ik heb dat echter nooit zo ervaren; de scheidslijn is maar dun. Theater, film en muziek kunnen heel talig zijn, terwijl men iemand kan prijzen omdat hij zo ‘beeldend’ schrijft. Het lijkt me juist dat taal, die je zo veel vrijheid geeft, uitstekend geschikt is om met kunst te verbinden.

Nee, ik leg de verantwoordelijkheid voor het duo kunst en schrijven bij mezelf. Ik wil het namelijk anders, en dus zal ik degene zijn die haar best gaat doen. Ik wil dit verstandshuwelijk leven in blazen. Dus ik stuur ze naar relatietherapie. Ik ga schrijven over kunst. Ik ga meer schrijven, beter schrijven. Ik ga werken voor die hartstochtelijke, vurige relatie. Inclusief liefdesbaby’s.

De Koningin en de Kunstkoning // bezocht: Het Geheim van Dresden

Op twaalf december 2014 kon ik de museumbrug niet over. Koningin Máxima kwam net het Groninger Museum uit, en stapte in een auto die daar klaar klaar stond. Ze had juist ‘Het Geheim van Dresden’ geopend, een tentoonstelling opgebouwd uit wat ooit de collectie was van de koningen van Saksen en Polen. Een maand later stond ik weer op de brug, mijn fiets aan de hand. Ik ging zelf een kijkje nemen.

Zoals ik Máxima bewonderde, zo had Augustus de Sterke, koning van Polen, ook zo zijn bewonderobjecten. Parijs, Wenen en Sint-Petersburg hadden grote kunstcollecties die aanzien gaven. Door zelf zo veel mogelijk kunst te verzamelen wilde hij dat evenaren. Zo onstond een enorme verzameling kunst, gemaakt door kunstenaars uit heel Europa.

7 Giovanni Antonio Canal, gen. Canaletto

Giovanni Antonio Canal, of Canaletto

Nu hangt die verzameling in het Groninger Museum. Zalen vol schilderijen in gouden lijsten. Portretten, landschappen, stadsgezichten, natuurstukken, ongeveer alle genres kom je tegen, keurig op thema gesorteerd. Hoewel de expositie uit een verzameling komt, is het niet zo’n bonte mix als Natural Beauty, twee tentoonstellingen terug. De collectie is uiteenlopend, maar blijft binnen de perken.

De noemer van de tentoonstelling is Dresden, maar eigenlijk gaat de tentoonstelling over het verzamelen van kunst. Hoe bepaald werd wat mode was, en hoe kunstenaars te werk gingen. Hun benadering was soms haast te vergelijken met hoe wij naar liedjes kijken. Verander wat details en je hebt een cover, die ook mooi kan zijn. Geen probleem dat je het niet zelf bedacht hebt.

Over de vormgeving van het geheel kan ik kort zijn: nee. Gewoon nee. Je kunt als museum niet jezelf serieus nemen en tegelijk stickers van classicistische poorten om je deuren heen plakken. Alles, van de informatiebordjes tot aan de bankjes toe zijn bewerkt met een kitschmotiefje. Het enige lichtpuntje is dat men dit keer van de felgekleurde muren is afgeweken, die zijn zachtblauw en –grijs geverfd.

WP_20150115_12_15_34_Pro
Dat de koning van Polen graag een schilderij van de Kindermoord van Bethlehem boven ze bed had hangen (echt! volgens het kaartje) kan ik moeilijk begrijpen. Waar ik wel voor zou tekenen zijn twee enorme schilderijen van het Canal Grande in Venetië. Canaletto geeft mij weer het blij-triomfantelijke gevoel van in Venetië zijn. Dat zijn dingen die eeuwen blijven spreken, en de dingen waarvoor ik naar een een tentoonstelling kom. Dat geldt ook voor de portretten, een persoonlijk favoriet genre van mij. Mensen blijven altijd hetzelfde, en het vergelijken met jezelf en anderen blijft altijd interessant.

Heel veel meer kan ik niet over de schilderijen zeggen. Ja, soms zijn ze mooi, soms niet, maar uitgebreide commentaren schrijven is net zo zinloos als de Eiffeltoren recenseren. Ze zijn gewoon, en je beslist wat je bevalt en waar je geen aandacht aan besteedt. Persoonlijk geniet ik het meest van details. De koningin van Polen met een portretje van haar man als sieraad om haar arm. Of een Nederlander die een Italiaans kanaal schildert waarin een boot met een Nederlandse vlag te zien is.

WP_20150115_12_23_44_Pro

Detail uit een portret Maria Josepha, echtgenote van koning August III van Polen. Pietro Antonio Graf Rotari, na 1755

Het was bijzonder om Máxima weer te zien. Ze is jarenlang een fascinatie van mij geweest. Ik spaarde plaatjes van haar, droomde weg bij haar. Nu vraag ik me vooral af hoe dat kon. Fan zijn is toch wel een gek mechanisme. Inmiddels droom ik van andere dingen. Toch zijn veel van mijn huidige fascinaties verwant aan dat wegdromen, dat paleisgevoel. Mooie dingen zien. Het is zeker een aanrader als je daarvoor naar het Groninger Museum gaat. Of als je een heel compleet kijkje in een afgebakende periode van de kunstgeschiedenis wilt.

Het Geheim van Dresden. Van Rembrandt tot Canaletto, Groninger Museum. Nog te zien tot en met 25 mei 2015.
Bron eerste foto: Groninger Museum

Gezien: The Imitation Game

2
Quizvraag: waarom speelt Benedict Cumberbatch altijd de rol van de zonderlinge, in zichzelf gekeerde figuur? A. omdat hij niet anders kan B. omdat hij dat heel goed kan. Na het zien van The Imitation Game kies je zonder aarzalen voor optie B. Geen spoor van, bij voorbeeld, Sherlock te bekennen.

In The Imitation Game geeft Cumberbatch gestalte aan Alan Turing, een wiskundige die tijdens de Tweede Wereldoorlog het Duitse codesysteem probeert te kraken. Op dat moment dat de film begin heeft hij nog iets weg van een prachtig gefilmde Big Bang Theory-aflevering. Grapjes over nerds, autisten en een vrouw in een mannenwereld zijn altijd wat voorspelbaar, maar de mensen in de zaal waar ik in zat vonden het erg grappig.

Langzaamaan neemt het verhaal epischer proporties aan. Efficiënt verteld, zonder overbodige scènes, met intelligent heen-en-weergespring in de tijd. Zelfs de oorlogsbeelden kwamen me natuurlijk voor. We zien hoe strubbelingen kleine overwinningen worden. Het uiteindelijke kraken voelt als een persoonlijke triomf. Alsof je zelf die grote puzzel hebt opgelost, maar dan is iedereen blij in oorlogsproporties. Verheug je trouwens niet op veel leuke puzzels en wiskunde, want dat zit er weinig in.

7

Alles aan deze film is mooi. De beelden zijn mooi, alles is prachtig gefilmd. Als je van de mode uit de jaren veertig en vijftig houdt, ga je gelukkig zijn. Als je van mannen in spencers houdt ook. Keira Knightley is niet mooi, die is beeldschoon, en haar Engels is dat eveneens. Iedereen spéélt mooi, van de sullige politiemannen tot de schooljongens.Tussen haakjes: konden ze werkelijk geen jongen vinden die wat meer op Cumberbatch leek? Ik bedoel, de echte Turner lijkt zelfs meer op ‘m.

Tegen het einde neemt het verhaal een wending qua thematiek, al zoemt die al zachtjes door heel de film heen. The Imitation Game kent veel thema’s. De titel verwijst naar mens en machine, maar ook naar sociaal gedrag. Ik vind niet dat The Imitation Game te vol zit met thema’s. Het belangrijkste argument vóór is dat ze allemaal verwijzen naar Turing. Hij verbindt alles, en uiteindelijk is draait deze film om hem. Een duidelijke ode.

Het is half twaalf geweest. Mijn Gezelschap en ik zitten op de bank met een kop thee na te praten. En wikipedia te lezen. Om de zoveel zinnen roepen we uit: “Dit was dus ook echt zo!” of “en dit was ook al niet verzonnen. Wat fantastisch.” Ja, het is een fantastische film. En dat kon alleen maar door zo’n fantastische, tragische realiteit. Ik ben in tijden niet zo blij geweest dat ik een film gezien heb.

The Imitation Game, Morten Tyldum, 113 minuten, Engels, gezien op 8 januari 2014 in het Groninger Forum.
Bron beeld: The Weinstein Company

Bezocht: Fashion House, Marga Weimans in het Groninger Museum

IMG_6461

Ik kom er net vandaan: het Groninger Museum. Sinds de laatste keer dat ik er was, is er een hele tijd verstreken, en dat is best jammer, want er is vaak veel te zien dat de moeite waard is. Zo stond er al maanden een overzichtstentoonstelling van Marga Weimans, waarvan ik erg blij ben dat ik ‘m nu bezocht heb.

Verschillende stukken uit de tentoonstelling zijn al eerder te zien geweest in het museum. Het Groninger Museum is een groot fan van Weimans, en draagt dat ook uit. Op elk bordje wordt vermeld wat er precies interessant of uniek is achter een bepaalde collectie. Ik stoor me daar een beetje aan, omdat ik een museumbezoek niet wil ervaren als een les kunstbeschouwing. De bordjes lezen kan ik niet laten, en er staat ook zeker relevante informatie in, maar minder sturend zou fijn zijn.

IMG_6465

Het is mooi om een overzicht te zien, omdat er echt ontwikkeling zit in het werk van Weimans. Ze gaat van een ontwerper van excentrieke kleding naar een sculpturist met kleding als één van haar thema’s. Dat maakt haar werk doordacht. Ik ben er van overtuigd dat de route van ontwerper naar kunstenaar een speciale manier van werken met zich meebrengt. Extra interessant zijn dus de cross-overs.

IMG_6468IMG_6469

Dit is een groot werk, waar je helemaal in kan. Je wordt omhuld door een soort, ja, jurk. Ik heb dus vanmiddag een jurk van Weimans aangehad, en dat vind ik toch een bijzonder gevoel.

De presentatie is erg geslaagd. De wanden, die in het museum altijd de gekste kleuren hebben, passen voor de verandering heel goed bij het werk dat te zien is. Niet alleen de kleuren werken mee, de tentoonstelling wordt ook verrijkt door illustraties en beeldschermen, soms onderdeel van het werk, soms niet.

IMG_6467

Een minder geslaagde toevoeging aan de expositie vond ik de collages. Volgens het infobordje waren ze niet de oorspronkelijke collages die ze gebruikt om werk tot stand te brengen, maar afgeleiden daarvan. Ze zijn dan ook net niks, geen echte schetsen en geen uiteindelijk werk, maar iets daartussenin, zonder functie en daarom totaal niet relevant of ook maar mooi.

Ik kwam trouwens naar aanleiding van de nieuwsgierig makende campagne voor ‘De Koning van Groningen’, die met de neushoorn. Zoals altijd heeft het Groninger Museum een goede keus gemaakt voor het campagnebeeld: het interessantste heb je dan al gezien. Die tentoonstelling zou ik niet aanraden, in tegenstelling tot ‘De Collectie’ op dit moment, die is erg leuk. En Weimans dus.
Marga Weimans. Fashion House, Groninger Museum. Te zien tot 23 november 2014.
http://www.groningermuseum.nl/